Nobego beleid

Leerlinggebonden financiering (rugzak)

Een ‘rugzak’ is de populaire naam voor leerlinggebonden financiering (LGF). Dit is een extra budget voor leerlingen met een handicap of beperking die op een school voor gewoon regulier onderwijs zitten.

Om hiervoor in aanmerking te komen moet een kind worden ‘geïndiceerd’. Hierbij wordt bekeken of het kind er recht op heeft. Als de indicatie is toegekend kunnen ouders kiezen of ze hun kind naar een school voor speciaal onderwijs laten gaan of het kind met het extra budget uit de ‘rugzak’ aan het gewone reguliere onderwijs laten deelnemen.

NoBeGo kiest in het kader van de ontwikkelingen van ‘passend onderwijs’ als ontwikkelperspectief. Daaronder wordt in dit verband verstaan dat leerlingen die extra zorg nodig hebben, zoveel mogelijk binnen het reguliere basisonderwijs worden opgevangen. Dat is gebaseerd op een van de centrale waarden van NoBeGo: de onvoorwaardelijke acceptatie van ieder kind. Deze uitgangspunten bepalen de keuzes van NoBeGo bij de inrichting en vormgeving van deze zorg en de manier waarop NoBeGo wil omgaan met de zorgplicht.

Met het LGF budget kunnen drie vormen van hulp bekostigd worden:

  • Extra uren voor de school om hulp aan het kind te kunnen bieden. De school kan kiezen uit mogelijkheden zoals: klassenverkleining, extra aandacht in kleinere groepjes of individuele hulp. In het Handelingsplan wordt de wijze van hulp beschreven.
  • Extra uren ambulante begeleiding voor de leerkrachten vanuit een school voor speciaal onderwijs.
  • Extra lesmateriaal en aangepaste leermiddelen

Aanvragen rugzakje

De leerlinggebonden financiering moet worden aangevraagd bij het Regionaal Expertise Centrum (REC) van de samenwerkende scholen voor speciaal onderwijs van het cluster waar de handicap van het kind onder valt. Er zijn vier clusters, te weten:

Cluster 1: voor kinderen met visuele handicaps
Cluster 2: voor kinderen met communicatieve handicaps (gehoor-, taal- en/of spraakproblemen)
Cluster 3: voor kinderen met verstandelijke en/of lichamelijke handicap
Cluster 4: voor kinderen met psychiatrische of gedragsstoornissen

Indicatie

Een Commissie van Indicatiestelling (CvI) beoordeelt of een kind recht heeft op speciaal onderwijs. Kort gezegd wordt gekeken naar de volgende drie zaken:

  • De aard van de stoornis of handicap van het kind
  • De onderwijsbeperking die de stoornis als gevolg heeft
  • Het niet toereikend zijn van de zorgstructuur van het regulier onderwijs

Handelingsplan

Ouders krijgen het geld uit het rugzakje niet zelf ter beschikking zoals bij een persoonsgebonden budget. De reguliere school moet eerst een handelingsplan maken dat ook aan de ouders ter goedkeuring voorgelegd moet worden. In het handelingsplan wordt aangegeven welke speciale onderwijszorg de school binnen de reguliere setting zal gaan leveren. Het rugzakje wordt vervolgens ter beschikking gesteld aan de school.